Working papers & onderzoeksrapporten

Print Preview

Lotte Ovaere, The choice of environmental regulatory enforcement by lobby groups, Lawforce working paper 2011/4, 31p.

We observeren enorme variaties in het handhavingsbeleid van milieuwetgeving tussen verschillende landen en regio’s. In deze paper onderzoeken we of de verschillen in handhavingstrategieën verklaard kunnen worden vanuit het perspectief van economische efficiëntie, en indien niet, of ze de belangen van lobbygroepen verdedigen. We ontwikkelen een theoretisch model om de optimale handhavingstrategie af te leiden, zowel vanuit een algemeen welvaartsperspectief, als vanuit het oogpunt van de lobbygroepen. We vinden dat, ondanks de handhavingkosten, een groene lobbygroep een strengere handhaving verkiest (hogere boete en inspectiekans), terwijl een bruine lobbygroep mildere handhaving prefereert. In een numerieke illustratie tonen we de verschillen in voorkeuren van handhaving tussen de lobby groepen, alsook de efficiëntieverliezen die hiermee gepaard gaan. Verder onderschrijven we onze theoretische resultaten aan de hand van Europese empirische gegevens. Hoewel er een enorme variatie bestaat in beboeting en inspectie van eenzelfde milieudelict tussen de Europese lidstaten, kunnen we niet concluderen dat dit louter het resultaat is van de impact van lobbygroepen.

Klik hier (pdf, 705 KB) om de volledige paper te raadplegen.

Carole M. Billiet, Environmental Law Enforcement in Belgium, U.Gent, EU Twinning Project Austria – Croatia, Lawforce research report 2011/2, October 2011, 15 p.

Deze korte schets van de milieurechtshandhaving in België neemt een aanvang met de bespreking van paar gemeenschappelijke kenmerken van de huidige federale, Vlaamse, Brusselse en Waalse milieuhandhavingswetgeving. Vervolgens worden de sanctioneringsmogelijkheden en het gebruik dat ervan wordt gemaakt beknopt toegelicht voor het strafrechtelijke (parketten en zetel) en het bestuursrechtelijke (beboetingsambtenaren en bestuursorganen bevoegd voor situationele en rechtontnemende sancties) spoor. O.m. de lage bedragen van de concrete transacties (parketten) en geldboeten (strafrechters en besturen) en de aandacht voor individuele preventie in het gebruik van de vrijheidsberoving (uitstel van tenuitvoerlegging) komen aan bod. Vervolgens wordt ingegaan op de organisatie van de communicatie tussen de handhavende overheden, zowel op het niveau van de individuele dossiers als op het niveau van de dossierbehandeling en -strategieën meer in het algemeen. De paper sluit af met een bespreking van het specialisatieniveau dat te vinden is bij de toezichthouders en de overheden met sanctioneringsbevoegdheden (parketten, rechtbanken en bestuurlijke overheden) en de trend naar toenemende specialisatie die daar bestaat. De praktijkdata betreffen haast uitsluitend de milieurechtshandhaving in het Vlaamse en het Brusselse Gewest.

Dit onderzoeksrapport kan niet worden vrijgegeven.

Carole M. Billiet en Sandra Rousseau, Analyse en toepassing van het instrument voordeelontneming in het kader van de bestuurlijke milieuhandhaving, U.Gent – HUBrussel, LNE/1MMC/2010/TWOL 201000011, Lawforce research report 2011/1, September 2011, 96 p.

Na een vergelijking tussen de strafrechtelijke en de bestuursrechtelijke omschrijvingen van de bevoegdheid tot ontneming van wederrechtelijk verworven vermogensvoordelen en een verkennende analyse van de het gebruik van de voordeelontneming in de milieustrafrechtspraak, gaat het onderzoek in op de mogelijkheden tot gebruik van de voordeelontneming voorzien in artikel 16.4.26 DABM. Op basis van empirische data wordt een lijst wetsschendingen opgesteld die op het eerste gezicht in aanmerking komen voor toepassing van de voordeelontneming. Aan de hand van economisch-theoretische criteria wordt deze eerste lijst verfijnd. Hierna wordt een methode ontwikkeld voor de berekening van het af te romen netto-vermogensvoordeel. De ontwikkelde methode wordt nader uitgewerkt naar de lijst wetsschendingen toe, met identificatie van kostencategorieën en lijsten van informatiekanalen omtrent deze kosten. Ook voor de verschillende wetsschendingen een checklist opgesteld t.b.v. de verbalisanten, zodat zij in de mate van het mogelijke alle nuttige informatie in de processen-verbaal zouden opnemen.

Dit onderzoeksrapport kan niet worden vrijgegeven.

Carole M. Billiet, Thomas Blondiau en Sandra Rousseau, Judicial policy lines in the criminal sanctioning of environmental offences: an empirical study, U.Gent – K.U.Leuven, Lawforce working paper 2011/3, 52 p.

We analyseren de het beleid van de rechter inzake de sanctionering van milieucriminaliteit met gebruik van een databestand van strafzaken dat uniek is in Europa en onder meer casus-gebonden data (vs. geaggregeerde data) inzake overtreders en overtredingen bevat. We onderzoeken de beleidsbeslissingen die de strafrechters maken in de eerste aanleg en in de beroepsaanleg. Het sanctiebeleid van de rechters blijkt genuanceerd en consistent te zijn. De rechters beslissen tot opschorting van de uitspraak van veroordeling in zaken die zij minder zwaarwichtig achten. Ze gaan evenwichtig om met effectieve en uitgestelde bestraffing, waarbij zij beide opties doorgaans als substituten hanteren maar in specifieke types gevallen voor een cumulatief gebruik opteren. Al bij al, blijken de strafrechters in eerste aanleg een evenwichtige synthese te maken tussen het milieustrafrecht en het gemene strafrecht, met oog voor zowel de bescherming van de burger en zijn eigendommen als het leefmilieu.

Klik hier (pdf, 601 KB) om deze paper te raadplegen.

Thomas Blondiau en Sandra Rousseau, Different treatment of intentional and accidental violators of environmental law, Lawforce working paper 2011/2, 33p.

Deze paper is de weergave van ons onderzoek of boetes voor milieu-overtredingen zouden moeten stijgen afhankelijk van de ‘graad van bewustzijn’ waarmee de overtreding gebeurde. We ontwikkelen een eenvoudig en algemeen rechtseconomisch model waarmee we voorspellingen maken over het niveau van de ‘optimale boete’ (vanuit economisch oogpunt), afhankelijk van ‘graad van bewustzijn’, grootte van het vermogensvoordeel en schadelijkheid van de overtreding. Deze voorspellingen gebruiken we vervolgens om te achterhalen welke de objectieffunctie zijn van de instanties belast met handhaving van het beleid.
Vervolgens doen we een empirische test van deze theoretische voorspellingen voor zowel bedrijven als individuen aan de hand van gegevens omtrent penale boetes in Vlaanderen en administratieve boetes in het Brussels Gewest. We vinden dat zowel rechters als administraties beschreven zich richten op een combinatie van, ten eerste, maximalisatie van de sociale welvaart en, ten tweede, maximale handhaving van de wetgeving. We vinden ook dat in de praktijk de ‘graad van bewustzijn’ bij overtreding altijd een factor is die de sanctie of boete verhoogt. Dit is enigszins in tegenstelling tot ons theoretisch model waarin we aantonen dat, onder bepaalde omstandigheden, de ‘graad van bewustzijn’ ook tot een daling van de (economisch) optimale boete kan leiden.

Klik hier (pdf, 247 KB) om deze paper te raadplegen.

Carole M. Billiet, Thomas Blondiau en Sandra Rousseau, Milieucriminaliteit in het beleid van de strafrechter: bestraffen tussen Haus en Brundtland , Lawforce working paper 2011/1, 52p.

In België en Europa bestaat een groeiende trend om de milieurechtshandhaving te stoelen op een tweesporenmodel: een combinatie van strafrechtelijke en bestuursrechtelijke handhaving. Het ene afhandelingsspoor dient het andere aan te vullen en te schragen. Maar wat zijn, in België, de krijtlijnen die de strafrechters uitzetten in de ruime beleidsmarges die het bijzondere en gemene (milieu)strafrecht hen toekennen? Op welke bestraffing moet het bestuurlijke spoor een aanvulling bieden? De vraag wordt onderzocht door een econometrische analyse van de 1156 strafrechterlijke uitspraken (1034 vonnissen en 122 arresten) die de milieurechtspraak vormen van de jaren 2003-2006 (2007) in het rechtsgebied van het Hof van Beroep te Gent.

Klik hier (pdf, 774 KB) om de volledige paper te raadplegen.

Tom Vander Beken en Annelies Balcaen, Dossiervoering door de rechter: beperkingen op de discretionaire bevoegdheid van de rechter bij de straftoemeting, Lawforce working paper 2009/5

Deze working paper behandelt de discretionaire bevoegdheid van rechters bij de straftoemeting en de grenzen die aan die bevoegdheid worden gesteld. Rechters hebben over het algemeen een zeer grote vrijheid bij het vaststellen van de straf/maatregel en de strafmaat. De grenzen van de straftoemetingsvrijheid van de rechter worden bepaald door de strafminima en –maxima en door een aantal wettelijke bepalingen inzake strafuitsluitende, strafverminderende of strafverhogende factoren. Verder zijn er nog een aantal wettelijke bepalingen die als richtsnoeren dienen en bestaan er een aantal procedurele bepalingen die de vrijheid van de rechters min of meer beperkt. Tenslotte zijn er nog een aantal algemene rechtsbeginselen die de beslissingsvrijheid van de rechter beperken. Het belangrijkste - in termen van het rechtsbeginsel dat de grootste invloed uitoefent op de discretionaire bevoegdheid van de rechter - is de motiveringsverplichting.

Klik hier (pdf, 486 KB) om de volledige paper te raadplegen.

Thomas Blondiau en Sandra Rousseau, The Impact of the Judicial Objective Function on the Enforcement of Environmental Standards, Lawforce working paper 2009/4

We onderzoeken het gedrag van de rechter bij het bestraffen van milieuovertredingen en bekijken welke de impact is van de objectieven die hij heeft op het type straffen dat hij uitspreekt. We focussen ons hierbij op het onderscheid tussen monetaire en niet-monetaire sancties. Het gedrag van de rechter wordt voornamelijk bepaald door de mate waarin hij de sociale kosten die sancties veroorzaken mee in rekening brengt bij zijn beoordelingen in de rechtbank. We ontwikkelen een theoretisch model en voeren tevens empirisch onderzoek om de belangrijkste bevindingen van dit model na te gaan. Hierbij maken we gebruik van data van Belgische rechtbanken over sancties die zij uitgesproken hebben voor milieudelicten. We concluderen dat rechters naast het afschrikkingeffect van sancties, tevens ook de kosten die ze veroorzaken mee in rekening brengen.


Klik hier (pdf, 336 KB) om de volledige paper te raadplegen (Engels).

 

Thomas Blondiau, Estimation of fine determinants for administrative sanctions, Lawforce working paper 2009/3

In deze publicatie doen we empirisch onderzoek naar welke de drijfveren zijn om zwaardere of lichtere sancties op te leggen voor milieumisdrijven in het bestuurlijke handhavingstraject. De data die we hierbij gebruiken zijn geldboeten opgelegd door het Brussels Instituut voor Milieubeheer in de periode 2004-2006. We voeren de schatting uit in twee fasen en gebruiken hierbij de zogenaamde Heckit schatter, die ons in staat stelt afwijkingen in onze resultaten tegen te gaan. We vinden een aantal belangrijke drijfveren en kunnen logische verklaringen geven voor geïdentificeerde effecten.

Klik hier (pdf, 306 KB) om de volledige paper te raadplegen (Engels).

Tom Vander Beken en Annelies Balcaen, Discretionaire bevoegdheid van het openbaar ministerie in strafzaken: tussen rechter en ambtenaar?, Lawforce working paper 2009/2

Het doel van het onderzoek bestaat uit het in kaart brengen van het gebruik van het bestaande sanctie-instrumentarium in milieuzaken met de middelen die ter beschikking zijn en dit zowel voor de strafrechtelijke als de administratiefrechtelijke sanctionering. In het penale spoor zijn er verschillende niches tot beleidsvoering te identificeren waarbij er telkens een dossiervoerder beschikt over discretionaire bevoegdheid bij het nemen van bepaalde beslissingen. Echter, de discretionaire bevoegdheid van deze dossiervoerders wordt beperkt door een aantal materiële en procedurele waarborgen die hun beslissingsvrijheid omkaderen en beïnvloeden. De vraag die in deze working paper aan de orde is, betreft specifiek die waarborgen die dienst doen als een soort grenswachters in het penale afhandelingspoor. Welke zijn die materiële en procedurele waarborgen precies? Op wie van de dossiervoerders hebben zij een invloed en waaruit bestaat hun invloed? In het penale spoor zijn er twee belangrijke dossiervoerders namelijk het openbaar ministerie en de rechter. In dit stuk worden enkel de grenzen van de discretionaire bevoegdheid van het openbaar ministerie belicht.

Klik hier (pdf, 633 KB) om de volledige paper te raadplegen.

Sandra Rousseau en Kjetil Telle, On the existence of the optimal fine for environmental crime, Lawforce working paper 2009/1

De klassieke rechtseconomische literatuur stelt dat de optimale boete gelijk moet zijn aan de schade veroorzaakt door de overtreding gedeeld door de pakkans. We kunnen ons echter afvragen of deze optimale boete wel bestaat? Daartoe concentreren we ons op emissies veroorzaakt door productie en, zelfs als we veronderstellen dat de schadefunctie perfect gekend is, kunnen we nog steeds aantonen dat in het algemeen de optimale boete functie niet bestaat. Dit niet-bestaan is het gevolg van het feit dat de milieuschadefunctie een niet-lineaire functie is van de totale emissies; met name dat er interacties zijn tussen emissies, economische activiteit en omgeving. We argumenteren dat deze interacties niet perfect gereflecteerd kunnen worden in de boete die door de regelgever in de praktijk wordt opgelegd. Voorafgaande literatuur over optimale boetes erkent dit niet-bestaan van de toepasselijke optimale boete niet, omdat – in essentie – deze literatuur gebaseerd is op discrete modellen waar de schade veroorzaakt door het misdrijf constant wordt verondersteld. Het resultaat van ons model ondermijnt de aantrekkelijkheid van boetes en kan de voorkeur van de handhavende overheid voor niet-monetaire sanctioneringsinstrumenten helpen verklaren.

Klik hier (pdf, 733 KB) om de volledige paper te raadplegen (Engels).

Sandra Rousseau, The Use of Warnings in the Presence of Errors, Lawforce working paper 2008/2

Deze studie onderzoekt in een theoretisch model het effect van aanmaningen, een handhavingsinstrument dat dikwijls door milieu-inspectieauthoriteiten wordt gebruikt. Aangezien metingen niet 100 % accuraat zijn en fouten kunnen voorkomen, zijn de vastgestelde emissies onzeker en worden sommige bedrijven onterecht vervolgd. Aanmaningen kunnen in dat geval gebruikt worden als een middel om de gevolgen van die fouten te verzachten. Ook al leidt het gebruik van aanmaningen tot een verminderde afschrikking van bedrijven met gemiddelde emissieverminderingskosten, toch verlicht zo'n systeem de te strikte naleving door bedrijven met lage kosten die het gevolg is van de onzekerheid in verband met de vastgestelde emissieniveaus. Verder verminderen aanmaningen het aantal onterechte vervolgingen in de aanwezigheid van meetfouten wat welvaartsverhogend is. Dit gebeurt echter tegen de kostprijs van een gestegen aantal overtreders die niet vervolgd worden. We tonen aan dat het gebruik van aanmaningen naast boetes welvaartsverhogend is vergeleken met het gebruik van alleen boetes zolang de meetfouten voldoende klein zijn.


Klik hier (pdf, 1.19 MB) om de volledige paper te raadplegen (Engels).

Tom Vander Beken en Annelies Balcaen, Uitvoering van strafrechtelijke veroordelingen (boeten, voordeelontnemingen en vrijheidsstraffen): stroomschema, Lawforce working paper 2008/1

De strafrechtelijke sanctionering van inbreuken op de milieuwetgeving resulteert meestal in een geldboete. Daarnaast legt de rechter in sommige gevallen een vrijheidsstraf op of wordt de bijzondere verbeurdverklaring uitgesproken.

Deze working paper behandelt de fase van de uitvoering van bovengenoemde straffen. Concreet wordt nagegaan wie verantwoordelijk is voor de uitvoering, wanneer er kan uitgevoerd worden en welke procedure hiervoor wordt gehanteerd.

Hiertoe werd een analyse gemaakt van bestaande wetgeving, literatuur en praktijkgegevens (wetenschappelijk onderzoek en interviews).

Klik hier (pdf, 412 KB) om de volledige paper te raadplegen.

Tom Vander Beken en Annelies Balcaen, Strafrechtelijke sanctionering van milieurecht: stroomschema van PV tot vonnis, Lawforce working paper 2007/2

Het stroomschema van PV tot vonnis behandelt de verschillende etappes van de strafrechtelijke keten vanaf het moment dat er een proces-verbaal binnenkomt op het parket tot het moment dat de rechter een vonnis uitspreekt. Concreet gaat het over de wijzen waarop een zaak ter kennis kan komen van het Openbaar Ministerie, het vooronderzoek waarin het parket tracht te onderzoeken wat er precies is gebeurd en het onderzoek ten gronde waarbij de rechter op basis van de verzamelde bewijzen een oordeel velt in de zaak. Bij de verschillende etappes wordt telkens nagegaan welke de actoren zijn die erin voorkomen, hoe de procedure in elkaar zit en welke beslissingen kunnen worden genomen. Voorts wordt aandacht besteed aan de vraag welke gegevens uit de praktijk bestaan omtrent de verschillende fasen.

Klik hier (pdf, 1.25 MB) om de volledige paper te raadplegen.

Sandra Rousseau, Literature Review: Economic Empirical Analysis of Sanctions for Environmental Violations, Lawforce working paper 2007/1

Uitgaand van een overzicht van de economische, empirische literatuur kunnen we vijf categorieën van kenmerken onderscheiden die het type en het niveau van sancties voor milieuovertredingen kunnen bepalen. Ten eerst zijn er de kenmerken van de beschuldigde persoon zoals de bedrijfsgrootte, de locatie en het aantal geregistreerde klachten in het verleden. Ten tweede zijn er de kenmerken van de overtreding zoals de relevante wetgeving en het soort schade dat werd aangericht. Ten derde zijn er de omgevingskenmerken en ten vierde de politieke kenmerken. Tenslotte kunnen we ook nog de juridische kenmerken zoals het type rechtbank of de aanwezigheid van burgerlijke partijen onderscheiden.

Klik hier (pdf, 339 KB) om de volledige paper te raadplegen (Engels).